'Overdrachtsbelasting in strijd met EU-regels'

Woensdag 03 augustus 2011 om 09:02

De overdrachtsbelasting is in strijd met het Europese recht op vrije eigendom en moet daarom helemaal worden afgeschaft. Dat stelt fiscaal jurist Andrea Faber van het Nijmeegse advocatenkantoor Jaegers & Soons. Namens inmiddels ruim tweehonderd huizenkopers spant zij een proces aan tegen de overheid.
Faber studeert al maanden op deze zaak. Het plotselinge besluit van het kabinet om de overdrachtsbelasting te verlagen van 6 naar 2 procent heeft het proces in het een stroomversnelling gebracht. “Het is natuurlijk extra wrang voor mensen die vlak voor 15 juni, toen de verlaging inging, een huis hebben gekocht. Die groep willen we ook helpen.”
Mensenrechten
De overdrachtsbelasting werd ingevoerd tijdens de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw. Waarom zou die nu ineens onrechtmatig zijn? “Sinds die tijd is er veel veranderd”, zegt Faber. “Vooral door de invoering van Europese regelgeving.”
De onrechtmatigheid van de overdrachtsbelasting is zware juridische kost. De kern van Fabers betoog komt erop neer dat de ‘verhuisbelasting’ in strijd is met de fundamentele mensenrechten.
In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat al sinds 1950 dat een ieder recht heeft op vrije eigendom. Op die bepaling mogen overheden echter uitzonderingen maken, bijvoorbeeld vanwege de nationale belastingwetgeving.
Strijdig met recht op vrije eigendom
Sinds 2009 staat dezelfde bepaling echter ook in het Handvest bij het Verdrag van Lissabon, dat in de plaats kwam van de Europese grondwet die in een referendum door Nederland werd weggestemd. Dat Handvest is in tegenstelling tot het mensenrechtenverdrag mogelijk wel van toepassing op nationale belastingwetgeving.
In dat geval zou het Europese hof van justitie in Luxemburg de overdrachtsbelasting strijdig met het recht op vrije eigendom kunnen verklaren. “Die bepaling zat echt verstopt in het handvest bij het verdrag. Het was even zoeken. Maar inmiddels hebben we overlegd met andere juristen en hoogleraren. Ook zij denken dat dit proces kans van slagen heeft”, zegt Faber.
Bezwaar maken
Net als bij andere belastingen hebben particulieren zes weken de tijd om bezwaar te maken tegen betaling van de overdrachtsbelasting. Als dat bezwaar wordt afgewezen, is het mogelijk naar de rechter te stappen.
Vereniging Eigen Huis doet niet mee aan het proces. “Daarvoor is dit te specialistisch”, zegt een woordvoerder. Eigen Huis wijst huizenkopers erop dat procederen ook geld kost, en het nog jaren kan duren voordat de hoogste Europese rechter zich over de kwestie heeft uitgesproken. “Vijf jaar is nog niets in dit soort zaken.”
Ook onenigheid over verlaging ‘verhuisbelasting’
Ook huizenkopers die vlak voor 15 juni een nieuwe woning kochten, spannen een zaak aan over de overdrachtsbelasting. Zij willen net als kopers van na 15 juni ook in aanmerking komen voor 2 in plaats van 6 procent. Belastingadviseurs van KPMG Meijburg denken dat ze kans van slagen hebben. Zij menen dat de overheid zich schuldig maakt aan willekeur.
Oorspronkelijk zou de verlaging ingaan per 1 juli, maar omdat premier Mark Rutte op 15 juni mensen nog opriep niet op de maatregelen van de overheid te wachten, maar vooral een huis te kopen, kreeg de maatregel terugwerkende kracht tot 15 juni. Volgens KPMG Meijburg hebben mensen die tot zes weken voor 15 juni een huis kochten het recht om bezwaar te maken. Door die groep huizenkopers uit te sluiten van de lagere overdrachtsbelasting, zou de overheid het discriminatieverbod overtreden.
Ook in deze zaak doet Vereniging Eigen Huis niet mee. “Je moet ergens een grens trekken. In dit geval hebben mensen die net voor 15 juni een huis hebben gekocht naast het net gevist”, aldus een woordvoerder.
Bron: Trouw

Terug naar overzicht |Naar boven

Volg ons op Social Media